Dagelijks archief: vrijdag, 6 februari, 2009

kan ik wel

Het is net na middernacht, de vrijdag is alweer in aanvang en eigenlijk wil ik slapen, ik ben kei kapot, maar ik mag nog niet; nog een kwartier en dan is het brood klaar en dan pas duik ik er in. Dat krijg je als je vergeet om de broodbakmachine aan te zetten, en normaal zou mijn ventje het brood er wel uit halen, nachtbraker als-ie is, maar hij zag om half 12 al scheel en bleek van de slaap na een heftige dag (week), dus die heb ik naar bed laten gaan, mezelf opgeofferd. Ach ja, denken jullie, zij kan er morgen lekker in blijven liggen, tot 12 uur op ’t nest liggen stinken. uhu, dacht het niet. Ik verwacht telefoon van zowel de electro-boy als de jacuzzi-boy, en dat wil ik niet met een slaperig hoofd afhandelen.

Vanmorgen (donderdagmorgen) was het aan het ijzelen toen ik de deur uit ging, Evelien was als een gewaarschuwd mens op de fiets net weg en toen ik de hoek van de straat omging zag ik ze liggen, fiets half onder haar en Perry al uit de auto stappend. He? Hij was al om half 8 de deur uit gegaan naar werk, maar moest nog even iets van thuis ophalen, vandaar. Evelien had een enge gedachte toen ze al glijdend viel: "Als ik maar niet door mijn ouders aangereden wordt, eentje van voor en eentje van achter!"  Eer ik mijn gordel los had zat Evelien alweer op de fiets en reed voorzichtig verder, ze lachtte toen ik ze inhaalde, gelukkig. Later bleek ze alleen maar een flinke blauwe plek te hebben op haar arm.

Ik was op weg naar Heerle alwaar ik 3 worshops in 1 ochtend ging geven, 3 verschillende workshops ja, dat kan ik wel. De weefquilt, de ragtime en de friemels, leuke quilts dus geen straf. Er waren ook 3 cursisten, dus dat was niet al te lastig om te doen, liever zo dan dat ik nee moest verkopen, toch?

Een cursist nam me aan het eind van de les even apart, of ik het werkwoord ‘kunnen’ even wilde opzeggen, "ik kan, jij/hij/zij kan, wij/zij/jullie kunnen?" En terwijl ik het zo hardop zei kreeg ik het heel warm, er klopte iets niet. Ze vertelde me dat ze lerares Nederlands was geweest en zei dat het haar verbaasde dat ik "je kan" ipv "je kunt" schreef in de workshopdocumentjes, terwijl ik verder best wel goed ABN spreek/schrijf. Typisch Roosendaals, zei Tim later, toen ik het vertelde en vroeg waarom niemand me ooit had gecorrigeerd, en ik voelde me echt even heel klein, maar was niet beledigd of zo toen die cursist me er op wees, ik was er juist blij mee.

’s Middags heb ik al in heel wat worddocumentjes mijn ‘kan’ fouten veranderd, als je erop gaat letten valt het echt op.  Het kan verkeren.

Het brood is klaar, aaah, het ruikt lekker.

Advertenties