zo moeder zo dochter

De geschiedenis herhaalt zich. In de bijkeuken staat op de strijkplank een hoge witte Ikeabak met daarin zittend op een nieuwe theedoek een versufte jonge lijster (allemaal spikkels op zijn borst), het beestje is te murf om nog te schrikken als Suzanne het deksel optilt om me te laten kijken. In het hoekje van de bak staatn twee minikommetjes, in de een wat water en in de ander vogelzaad. Snel wordt het deksel weer terug gelegd, een grote kier zorgt voor frisse lucht. Foto is na het avondeten gemaakt en toen wilde hij al wLijsteregvliegen.

Op weg naar huis had Suzanne met klasgenootjes het beestje gevonden, met een kater er vlak bij vonden ze het te zielig voor woorden en hadden de vogel te pakken kunnen krijgen. Natuurlijk moest het beestje naar ons huis, ik hoor het Suzanne zo zeggen: "mijn moeder weet wel wat te doen.", ware het niet dat ik niet thuis was.

Ik zat op dat moment in ons nieuwe huis te wachten tot de meneer van de keuken klaar was. Ik belde even naar huis om tegen Suzanne te zeggen dat ik nog een half uurtje weg zou blijven toen ik het verhaal hoorde. "We zitten met z’n zessen in de keuken en het vogeltje is zo zielig, het heeft denk ik zijn pootje gebroken en al op het aanrecht gepoept en we kunnen dierenhospitaal Visdonk niet aan de lijn krijgen." Ik stelde voor dat ze het beestje in de kattenkooi moesten stoppen en wachten met bellen naar instanties tot ik thuis was en lekker allemaal buiten moesten gaan spelen. In gedachte zag ik al de rekening binnenkomen voor de dierenambulance. 

Maar toen ik thuis kwam werd ik opgewacht door een zeer bezorgde Suzanne, ik moest stil zijn. Ze hadden vogelopvang Zundert gebeld en die hadden gezegd dat ze het beestje in een kartonnen doos in een donkere kamer moesten stoppen met eten en drinken om tot rust te komen. En als het vogeltje morgen nog in leven was, moest ze het naar de vogelopvang brengen.

Ik zie mezelf nog als 9 jarig meisje (zoiets?) thuis komen met een lijstertje of zo met ook een gebroken pootje. Op naar de dierenarts die het pootje spalkte en zo moesten we het een tijd lang verzorgen tot het weer voor zich zelf kon zorgen.

En een ander vogeltje gevonden, heel jong, haast geen veren op het lijf en mijn moeder dacht dat het misschien wel een nachtegaaltje was. Bleek een ordinaire spreeuw te zijn. In een konijnenren op het grasveld gezet en zo werd het beestje gevoerd door alemaal moedervogels uit de buurt, en dat ging voorspoedig. Maar het beestje raakte te gewend aan mij, vloog overal achter me aan, tot schrik van de buuf die daardoor struikelde over haar pas gepoetste tuinhekje en haar been open haalde (dezelfde buuf die -ik meen- wekelijks- haar stoeptegels schrobte, aan onder én bovenkant. Ze was heel boos weet ik nog, en toen besloten mijn ouders dat het niet langer zo kon en ipv de buuf af te voeren moest het vogeltje weg, naar vogelopvang ’t Zwin. Een pokke-eind rijden nog, en dat voor 1 vogeltje. Maar goed, het kon en dus deden we het, ik zie mezelf nog lopen met dat beestje en vond het niet leuk om hem daar achter te moeten laten, hij zou vast bang zijn van al die ooievaars die daar ook zaten.Cartoonvulture

Het zit in de genen.

Als het aan Perry ligt denk ik dat het vogeltje morgen gevlogen is, na een miraculeuze genezing. Een vroege lunch voor Witje, laat hem nou ook nog eens die kick ervaren. Maar omdat het vogeltje al veel feller was vanavond, gaan Suzanne en ik hem morgenochtend heel vroeg loslaten bij bossage niet ver bij school vandaan, zijn moeder zal hem wel horen als-ie dan een paar felle kreten geeft.

Advertenties

0 gedachten over “zo moeder zo dochter

  1. henk

    Dezelfde genen heersen ook hier als er in een straal van een kilometer een vogel bedreigd of gewond raakt. Dit voorjaar nog een jonge houtduif naar de vogelopvang gebracht. Te vroeg uit het nest gevallen en na gegrepen te zijn door een kat gewond ontsnapt.
    De tomtom heb ik niet nodig om de vogelopvang te vinden. De auto weet zelf de weg al van de verschillende malen dat we er geweest zijn.